Kruideniersmuseum

In het Kruideniersmuseum “van Vroeger en Toen” gaan wij ook op onze website terug in de tijd. De kruidenier (vroeger ook wel grutter genoemd, naar de grutten die men verkocht), is een detailhandelaar in ‘droge’ levensmiddelen. Als zodanig is hij te onderscheiden van de slager, de bakker en de groenteboer, die verse levensmiddelen verkopen. Door de opkomst van de supermarkten in de jaren zeventig is de kruidenierszaak nagenoeg verdwenen en raakt de term langzamerhand verouderd.

Onder de kruiden verstond men met name gedroogde keukenkruiden van inlandse of buitenlandse herkomst. Ook verkocht men comestibles (verduurzaamde voedingswaren) en de zogenoemde koloniale waren zoals specerijen, koffie, thee, cacao en tabak. Verder werden ook andere artikelen dan voedingsmiddelen verkocht, zoals kaarsen, blauwsel, stijfsel, zeep en potas, dit alles voor huishoudelijk gebruik.

image_max[1] images[10] 6[1]

De kruidenier in de 19e eeuw

De kruidenier is in de 19e eeuw nog een kleine zelfstandige ondernemer. Aan het einde van de 19e eeuw tekenden zich de voorboden af van de strijd om de klant, die in de 20e eeuw in volle hevigheid werd gevoerd en die voor het kruideniersberoep zeer ingrijpend is geweest:

  • In 1893 kwam de merkenwet tot stand. Fabrikanten waren daardoor in staat consumentenartikelen onder een eigen merknaam te registreren
  • Vanaf 1865 ontstonden verbruikscoöperaties van consumenten.
  • In de laatste jaren van de 19e eeuw ontstonden de eerste grootwinkelbedrijven.

  • 001
  • 001a
  • 002
  • 003
  • 004
  • 005
  • 006

De kruidenier in de 20e eeuw

In de jaren ’50 / ’60 waren er nog overal in het land kleine zelfstandige dorps kruideniers. Kleine winkeltjes voor hooguit 5 klanten tegelijk, anderen moesten even buiten wachten. Allerhande kruideniers waren werden veelal los verkocht zoals Soda en Zeep. De kruidenier was in die tijd hoofdzakelijk druk met het afwegen van suiker, rijst, witte- en bruine bonen enz. Natuurlijk waren er ook al verpakte waren zoals DE-koffie en thee en artikelen van Niemeijer en van van Nelle. Ook Sunlight zeep, Klokzeep, Ata, Imi en Persil mochten niet in de winkel ontbreken. Naast kruidenier was zo’n klein dorpswinkeltje ook vaak een soort”Winkel van Sinkel” waar “alles” te koop was, zoals eau de cologne van 4711 of  Boldoot. Voor vader mochten de sigaretten en sigaren en niet te vergeten pruimtabak niet ontbreken. Voor moeder waren er de huishoudelijke artikelen.

Graag willen wij u rondleiden in ons museum en de mooie verhalen van vroeger en toen met u delen. Het museum is alleen op afspraak te bezoeken. U kunt voor een rondleiding  contact met ons opnemen, eventueel gecombineerd met de schoolklas.