Schoolklas

  Ook in de schoolklas gaan wij met u terug naar de 50-er jaren. De jaren waar de meester en de juf nog voor de klas stonden. In die jaren was de naam meester en titel voor iemand met aanzien. Daarom werd (en wordt) een leraar, met name op de basisscholen op het platteland, als ‘meester’ aangesproken. voor de vrouwelijke variant (de ‘juf’) ontbeert die titel. Bij het rekenen gaat het om getallen. Één van de onderwerpen op lagere school is nog steeds rekenen. De regel  Meneer Van Dale Wacht Op Antwoord (Machtsverheffen, Vermenigvuldigen, Delen, Worteltrekken, Optellen en Aftrekken) werd vroeger geleerd.

  jetses-schoolplaat[1] tafel+van+2[1] aap noot mies

Bij vermenigvuldigen werden de tafels geleerd. De tafels die uitgaan van vermenigvuldiging met de getallen 1 t/m 10, dienen uit het hoofd geleerd te worden. Zij worden op de lagere school  voortdurend herhaald en de bedoeling is dat ieder kind aan het eind van groep 4 de tafels van 1 t/m 10 uit het hoofd kent. Deze tafels vormen de basis van vermenigvuldigen, en zijn belangrijk voor het beheersen van rekenen. In groep 5 worden ook enkele tafels van boven de 10 geleerd: 12, 15 en 20. Alle kinderen op de reguliere basisschool zijn in staat om zich de tafels van vermenigvuldiging eigen te maken.

Om te leren lezen gebruikten we toen het leesplankje Aap, Noot Mies.

Het  leesplankje was een hulpmiddel bij het leren lezen. Het bestaat uit een plankje met een of meer richels waarop de letters van het woord dat boven de richel is afgebeeld gelegd kunnen worden. Het sluit aan bij de omstreeks 1800 geïntroduceerde klankmethode waarbij kinderen de letters van een woord na elkaar uitspreken zoals ze moeten klinken, dus aa-p, nn-oo-t, mm-ie-ss, en zo het woord leren lezen. Het leesplankje helpt daarbij, doordat de leerling de letters legt en zo het woord ziet ontstaan. De klankmethode betekende een grote vooruitgang ten opzichte van de tot dan gebruikte spelmethode, waarbij de leerling een woord spelt door de letters op te lezen zoals ze heten, dus aa-pee voor aap, en-oo-tee voor noot en em-ie-es voor mies. Een leesplankje werd zo ontworpen dat de woorden op het plankje de belangrijkste letters en klanken bevatten

Zo konden wij lezen uit de boekjes van  Ot en Sien met tekeningen van C. Jetses.

Kent u ze nog, die mooie schoolplaten,  De schoolplaat of een plaat voor het aanschouwingsonderwijs werd gebruikt als illustratie bij de verhalen die de schoolmeester vertelde. Het aanschouwingsonderwijs was een leermethode die ontwikkeld is in de negentiende eeuw, waarbij lagereschoolkinderen door zien, horen, ruiken, tasten of voelen vertrouwd raakten met de dingen om hen heen. De platen werden gemaakt naar tekeningen, schilderijen of aquarellen en op linnen of karton geplakt.

 We schreven met de kroontjes pen en hadden inktpotjes in de schoolbankjes.

Dat was de tijd van de losse pennen voor gebruik in een penhouder, zoals de kroontjespennen.  De lessenaars en tafeltjes waaraan kinderen op school zaten hadden  vaak een ingebouwd inktpotje met een schuifje als deksel. Kinderen op school kregen later wel een klein inktpotje op hun tafel, dat werd bijgevuld vanuit een grote inktpot met schenktuit die de onderwijzer beheerde

Hoe er les werd gegeven en wat je bijvoorbeeld  allemaal kon doen met een potje inkt vertellen wij u graag tijdens een rondleiding. Het museum is alleen op afspraak te bezoeken.

  • 007
  • 008
  • 009
  • 010
  • 011

Graag willen wij u rondleiden in ons museum en de mooie verhalen van vroeger en toen met u delen. Het museum is alleen op afspraak te bezoeken. U kunt voor een rondleiding contact met ons opnemen, eventueel gecombineerd met het Kruideniersmuseum.